Stichting Diogenes Leiden

Restaureren van monumenten in Leiden

Het Mierennesthofje

 

Naast de andere monumentale panden en complexen bezit Diogenes één hofje: het Mierennesthofje.
De toegang tot het hofje bevindt zich aan de Hooglandse Kerkgracht bij het huisnummer 38. Daarachter ligt een lange poort onder de woning Hooglandse Kerkgracht 40. Die poort komt uit in het hofje.

 

Het hofje telt vijf kleine woningen. Op deze foto zijn ze genummerd met 1 tot en met 5. Het pijltje geeft de plaats van de toegangsdeur aan de Hooglandse Kerkgracht aan. Aan de rechterkant is een klein stukje van de Middelweg te zien.

 

Ontstaan als begijnhof

 

In 1386 stelde een zekere Katrijne Jacobsdochter in een oorkonde haar huis, haar roerende goederen en een hoeveelheid geld beschikbaar voor de huisvesting van ‘zo veel goede vrome vrouwen als er met gemak en liefde in zouden kunnen wonen’. Het leidde tot de stichting van het Sint Pancrasbegijnhof op de plaats waar tegenwoordig het Mierennesthofje ligt. In tegenstelling tot veel andere hofjes was een begijnhof niet in de eerste plaats bestemd voor arme bewoners: veel begijnen waren redelijk welgesteld. De bewoonsters hadden zelf een belangrijke rol bij het bestuur van het hof. Ze werden bijgestaan door de pastoor en de kerkmeesters van de Sint Pancraskerk, de tegenwoordige Hooglandse Kerk. Het hof werd ook wel aangeduid als het Gerrit Lamsbegijnhof, naar een destijds bekende Leidenaar die in de vijftiende eeuw naast het hof woonde. Het is niet bekend hoe het hof er oorspronkelijk heeft uitgezien, maar vermoedelijk was het groter dan het huidige Mierennesthofje: op een bepaald moment woonden er twaalf tot dertien begijnen.

 

Via het stadsbestuur naar een ander kerkbestuur

 

Toen rond 1572 de katholieke kerkelijke goederen werden onteigend, werd het hofje door de Staten van Holland toevertrouwd aan het stadsbestuur van Leiden. Het hofje was als gevolg van de toenmalige woningnood overbevolkt, en dat zal de verklaring zijn voor de naam Ruypenest (rupsennest), waarmee het vaak werd aangeduid. In 1590 droeg het stadsbestuur het hofje over aan de kerkmeesters van de drie toenmalige protestantse hoofdkerken: de Pieterskerk, de Hooglandse Kerk en de Vrouwenkerk. Zij verhuurden de huisjes aan particulieren. Volgens sommige bronnen waren er eerst zeven huisjes; waarschijnlijk is in de loop van de tijd een deel van het hofje verkocht ten behoeve van bouwplannen op naastgelegen percelen.

 

Diederik van Leyden en zijn opvolgers

 

In 1731 was er een openbare verkoping van een aantal panden die de kerkmeesters beheerden. De vijf huisjes van het Ruypenest werden gekocht door een van de rijkste inwoners van de stad: Diederik baron van Leyden (1695-1764), heer van Vlaardingen, West-Barendrecht enzovoort.

 

Hierboven de koopakte van 8 mei 1732: “… Vijff huijsen ende erven staende ende gelegen binnen deser stede in seker eijge gange van outs genaamt het Ruijpenest met een bleijkveld voor de voors. huijsen, en verdere kookhuijsen in de poort staende …”.

Op 23 december 1737 legde Van Leyden regels vast voor de bewoning van het hofje. Daarbij bepaalde hij dat de bewoners gratis mochten wonen en jaarlijks ‘preuven’ (bijdragen in het levensonderhoud) zouden krijgen. Op grond daarvan wordt soms 1737 als stichtingsjaar van het hofje genoemd. In 1760 bepaalde Van Leyden in zijn testament dat het hofje na zijn overlijden moest worden bestuurd door een college van regenten, dat moest worden samengesteld uit een aantal van zijn nakomelingen. Van Leyden overleed in 1764, en daarna is het hofje, dat voortaan doorgaans Mierennesthofje werd genoemd, ruim 200 jaar lang door regenten bestuurd, bijna allemaal nakomelingen van Van Leyden en bijna allemaal van adel. Meestal was er maar één beherende regent die een of twee anderen aanwees om hem later op te volgen. Het feitelijke beheer werd overgelaten aan een medewerker in Leiden.

Een foto van het hofje uit 1939 (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

Aan de bepaling dat er geen huur aan de bewoners mocht worden gevraagd werd later niet meer helemaal de hand gehouden, al was de huur laag: rond de Tweede Wereldoorlog circa 1,50 gulden per week. Wel werd nog lang doorgegaan met het verstrekken van preuven. In 1948 vroegen de bewoners van het hofje aan de beherende regent, baron Van Nagell, om de aanleg van elektriciteit in het hofje. Ze schreven dat er in Leiden welhaast geen woning meer was die niet op het net was aangesloten. Door het ontbreken van elektriciteit kon er bijvoorbeeld niet gestofzuigd worden. Ze wilden daarvoor 50 cent per week extra betalen. Van Nagell ging akkoord met de aanleg, maar door getreuzel van de feitelijke beheerder duurde het nog tot 1949 voordat de bewoners echt stroom kregen.

 

Overname door de gemeente

 

Door gebrekkig onderhoud werden de huisjes steeds bouwvalliger. Toen de regenten te weinig geld in kas bleken te hebben voor een aantal noodzakelijke reparaties, kochten burgemeester en wethouders het hofje in 1967 voor 4000 gulden van de twee laatste regenten: de eerder genoemde Van Nagell en een baron Schimmelpenninck van der Oye. De gemeente liet wel de ergste gebreken verhelpen, maar het kwam nog niet tot een echte restauratie.

 

Restauratie door Diogenes

 

Een foto die gemaakt is tijdens de restauratie. Bron: Bulletin 12 van de Vereniging van Vrienden van Diogenes uit oktober 1980.

In 1977 werd afgesproken dat de Stichting Diogenes Leiden het Mierennesthofje zou restaureren. Doordat de subsidieverlening moeizaam verliep duurde het tot april 1980 voordat de restauratie van start kon gaan. De werkzaamheden, die onder leiding stonden van architect Taco Mulder, duurden ruim een jaar. De huisjes waren daarna beter bewoonbaar dan ze ooit waren geweest.
De formele grondtransactie, waarbij de gemeente de huisjes aan Diogenes verkocht en de ondergrond ervan in erfpacht uitgaf, volgde pas in november 1981. De tuin in het midden van het hofje en de toegangspoort bleven formeel eigendom van de gemeente, al zorgde Diogenes voor het onderhoud.
De vijf huisjes, op een rustig punt midden in de stad, worden nog steeds met veel plezier bewoond.

 

Andere pagina’s over het Mierennesthofje

 

Op de pagina Mierennesthofje 5 van binnen is het interieur van een van de huisjes te zien.

De pagina Het Mierennesthofje en het Pauluslabyrint gaat over een boek waarin het Mierennesthofje een rol speelt.