Stichting Diogenes Leiden

Restaureren van monumenten in Leiden

Lokhorststraat 18, 20 en 22

 

De panden Lokhorststraat 18, 20 en 22 liggen in het alleroudste deel van Leiden. In het rijksmonumentenregister staat bij alle drie de panden “midden 18e eeuw”, maar hun oorsprong is hoogstwaarschijnlijk vele eeuwen ouder. Ze vormden in 1973 de directe aanleiding voor de oprichting van de Stichting Diogenes Leiden.

 

De Lokhorststraat en omgeving op een kaart uit 1850Op dit fragment uit de ‘Nieuwe Kaart der Stad Leiden’ van W.J. van Campen uit 1850 is de plaats van de drie panden met rood aangegeven.
Rechts van Lokhorststraat 22 is een klein pandje te zien dat bij de invoering van de huidige huisnummering in 1871 het huisnummer 24 kreeg. Rechts daarvan staan de huizen van de Pieterskerkgracht.
Links van Lokhorststraat 18 staat de Latijnse School, die inmiddels de naam gymnasium had gekregen. Met ‘Den IJk’ werd het ijkkantoor bedoeld dat in het achterste deel van de Latijnse School was ondergebracht.

 

De Lokhorststraat gezien vanaf het Gerecht circa 1885Deze foto van de Lokhorststraat, gezien vanaf het Gerecht, moet gemaakt zijn omstreeks 1880-1885.
Vanaf links is eerst een stukje van de toegangspoort van de Latijnse School te zien, met daarnaast Lokhorststraat 18 (een deur en een raam breed).
Daarna, met de houten onderpui, Lokhorststraat 20, waar een aardappelhandel gevestigd was. Hendrik de Nie junior (1861-1843) verkocht daar tussen 1885 en 1896 behalve aardappelen ook piano’s.
Lokhorststraat 22 heeft op de begane grond achtereenvolgens twee ramen, een deur en een raam en daarboven drie ramen. Uit twee ervan kijkt iemand nieuwsgierig naar buiten. In dat pand was de smederij gevestigd van Hendrik de Nie senior (1830-1897). Hij was de man met de platte pet achter de kar waar zijn naam op staat.
Daarna komt Lokhorststraat 24 met op de begane grond een raam en een deur, en daarna de zijgevel van het hoekpand Pieterskerkgracht 15.

 

De Lokhorststraat gezien vanaf de Pieterskerkgracht rond 1880Deze foto van de Lokhorststraat gezien vanaf de Pieterskerkgracht stamt uit ongeveer dezelfde tijd.
Rechts is de winkeldeur van Pieterskerkgracht 15 te zien. Daar was de ‘vleeschhouwer’ P.J.W. van der Hart gevestigd. In het raam van Lokhorststraat 24 lijkt een grote plant te staan. Op de achtergrond is het Gravensteen zichtbaar.

 

Naast Pieterskerkgracht 15 stond sinds 1866 een groot gebouw van de gemeentelijke HBS. Nadat het gymnasium in 1883 een nieuw gebouw aan de Doezastraat had betrokken, nam de HBS ook een aantal lokalen in de aangrenzende Latijnse School in gebruik. Later gebruikte ook de technische opleiding MSG een deel van beide gebouwen.
In 1897 kocht de gemeente de panden Lokhorststraat 20 en 22 via een veiling voor samen 4650 gulden. In 1907 werden ook Lokhorststraat 18 en 24 gekocht, deze keer ondershands, voor samen 5950 gulden. In beide gevallen was het argument voor de aankoop dat de panden nuttig zouden kunnen zijn voor een eventuele uitbreiding van de HBS. In afwachting daarvan werden de panden verhuurd aan particulieren. Ze werden vooral als opslagruimte gebruikt.

 

De hoek Pieterskerkgracht/Lokhorststraat in 1967In 1951 en 1952 werd eerst Pieterskerkgracht 15 en daarna Lokhorststraat 24 afgebroken. De vrijgekomen ruimte werd onder andere gebruikt als fietsenstalling voor de leerlingen van MSG.
MSG was na het vertrek van de HBS naar de Burggravenlaan in 1915 de enige gebruiker van het oude HBS-gebouw geworden. Het kwam in 1966 leeg te staan toen MSG naar de Dieperpoellaan verhuisde.
In het begin van de jaren 60 werd besloten om een nieuw cultureel centrum te bouwen op het terrein tussen Pieterskerkgracht, Lokhorststraat en Schoolsteeg. In verband daarmee besloot de gemeenteraad eind 1966 om het oude schoolgebouw en de panden Lokhorststraat 18, 20 en 22 te slopen.

 

De Lokhorststraatpanden in vervallen toestandDe gemeente had al jarenlang niets aan de drie huizen gedaan. Ze waren daardoor onbewoonbaar geworden en stonden voor een deel zelfs op instorten. Het Rijk had ze echter in het begin van de jaren 60 op de voorlopige monumentenlijst geplaatst. Daarom was er toestemming van het Rijk nodig om ze te kunnen slopen.
Na het sloopbesluit van de gemeenteraad kwam er begin 1967 een tegenactie op gang van een aantal betrokken inwoners en organisaties. Bij het gemeentebestuur vonden zij eerst weinig gehoor, maar het protest droeg er wel aan bij dat de minister de gevraagde toestemming weigerde en de panden op de monumentenlijst liet staan.
De sloop was daardoor van de baan, maar er was nog geen uitzicht op restauratie van de panden. Er volgde een jarenlange impasse. Ook de in 1971 opgerichte ‘N.V. Leidse Maatschappij tot Stadsherstel’ slaagde er niet in om een oplossing te vinden.

 

In februari 1973 werd de Stichting Diogenes Leiden opgericht. De eerste voorzitter was Bert Oosterman, een van de initiatiefnemers van de actie uit 1967. Diogenes slaagde erin om de panden te verwerven en vroeg de architect Taco Mulder om een restauratieplan te maken. Dankzij een goed gebruik van de beschikbare subsidiemogelijkheden kon Diogenes opdracht geven om de monumenten daadwerkelijk te restaureren. In 1975 werd de restauratie afgerond. In 1982 werd ook het buurpand Lokhorststraat 16, de historische Latijnse School, in opdracht van Diogenes gerestaureerd.

 

Het complex Lokhorststraat 18-22 omvat zes wooneenheden. Lokhorststraat 18 en 20 zijn zelfstandige woningen en Lokhorststraat 22 is verdeeld in vier appartementen.
Op de pagina Lokhorststraat 18 gerenoveerd staan foto’s van een ingrijpende verbouwing van Lokhorststraat 18 in 2016.