De doodbidder Van Ewijk en Piet Paaltjens

Een van de bijzondere aspecten van het pand Hogewoerd 63 is dat de dichter Piet Paaltjens (François Haverschmidt) tijdens zijn Leidse studententijd, van 1852 tot 1858, daar op kamers heeft gewoond. Hij stond op goede voet met zijn huisbaas, de 'doodbidder' Van Ewijk.

François Haverschmidt

François Haverschmidt was in 1835 geboren in Leeuwarden als zoon van de apotheker en wijnhandelaar Nicolaas Theodorus Haverschmidt. In 1852 ging hij theologie studeren in Leiden. Er waren meer theologen in de familie, waaronder zijn grootvader van moederskant. In zijn jonge jaren was Haverschmidt vaak in diens pastorie in Dantumawoude geweest.
Hij ging op kamers wonen bij het gezin Van Ewijk, dat genoemd wordt op de pagina over de geschiedenis van Hogewoerd 63. In zijn Leidse tijd nam hij op uitgebreide schaal deel aan het studentenleven. Hij schreef veel, vooral gedichten in een kenmerkende stijl onder het pseudoniem Piet Paaltjens.
François Haverschmidt bleef in het huis op de Hogewoerd wonen totdat hij in 1858 afstudeerde. Daarna ging hij terug naar zijn ouders in Leeuwarden. In 1859 begon hij in zijn eerste predikantsplaats, een klein dorp in Friesland. Daarna werkte hij in Den Helder en Schiedam. Hij was geliefd bij de kerkgangers, maar had veel last van depressies. In 1894 maakte hij een eind aan zijn leven.
Er is veel over Paaltjens/Haverschmidt geschreven. Een overzicht is te vinden op de website www.pietpaaltjens.nl.

Hendrik van Ewijk

Hendrik Johannes Peter Franciscus van Ewijk was in 1793 in Nijmegen geboren. Later verhuisde hij met zijn ouders naar Leiden. In 1813 trouwde hij met Johanna Cornelia van Stellingwerf. Van Ewijk werd in het trouwregister aangeduid als apothekersknecht. Volgens latere akten was hij kruidenier of winkelier en woonde hij op de Breestraat.
Van Ewijk werd in 1832 "gepatenteerd" als aanspreker. Een aanspreker, ook wel 'noodiger ter begrafenis' of 'doodbidder' genoemd, was iemand die na een overlijden de buren en kennissen inlichtte en begrafenissen regelde. Eerst deed hij dat werk kennelijk naast zijn bezigheden als kruidenier; later werd het zijn hoofdberoep.
De vrouw van Van Ewijk overleed in 1845. Een jaar later trouwde hij opnieuw, nu met Grietje la Bree, eigenares en bewoonster van het hoekpand op de Hogewoerd. Hij was toen 53 jaar, zij 45. Van Ewijk ging in dat jaar bij Grietje wonen.
Grietje la Bree overleed in 1868, Hendrik van Ewijk in 1881.

Het bevolkingsregister

In het bevolkingsregister uit de periode 1854-1861 van de gemeente Leiden worden de bewoners van het latere Hogewoerd 63 (destijds wijk 3, nummer 451) genoemd (dank aan Arti Ponsen voor de tip):

Vermeld worden Van Ewijk, zijn vrouw Grietje la Bree, een zoon van Van Ewijk uit zijn eerste huwelijk, François Haverschmidt en de student J.W. Schuit die in 1858 in het huis kwam wonen nadat Haverschmidt uit Leiden was verhuisd.
Klik hier om een grotere afbeelding uit het register te zien. Bij die grotere afbeelding een kanttekening: de ambtenaar heeft de data van de vestiging en het vertrek van Schuit een regel te hoog geschreven. Hij heeft geprobeerd om dat goed te maken met een serie puntjes.

Een gedichtje

Een van de gedichten van Piet Paaltjens ging over een doodbidder:
Als ik een bidder zie loopen,
Dan slaat mij 't hart zoo blij,
Dan denk ik, hoe hij weldra
Uit bidden zal gaan voor mij.

Een gedenksteen uit 1955

Op 7 juni 1955 werd een gedenksteen in de gevel van Hogewoerd 63 onthuld ter nagedachtenis aan Piet Paaltjens. Hieronder het verslag uit het Leidsch Dagblad:

Terug naar de voorpagina