Stichting Diogenes Leiden

Restaureren van monumenten in Leiden

Hogewoerd 59-61 in het verleden / Jan Samuel Timmerman Thijssen

Een bijzonder belangrijke, maar opvallend kort durende rol in de geschiedenis van de wijnkoperij werd gespeeld door Jan Samuel Timmerman Thijssen. Hij werd in oktober 1782 geboren in Hoorn als de jongste zoon van Hendrik Timmerman en Wilhelmina Hubert. Na het overlijden van Hendrik Timmerman verhuisde diens weduwe met haar kinderen naar Leiden. Ze ging daar wonen bij haar broer, de emeritus-predikant Samuel Hubert, en diens vrouw Sophia Elisabeth Thijssen. Het echtpaar Hubert-Thijssen had geen kinderen. Het lijkt erop dat de jonge Jan Samuel de favoriet was van zijn oom en tante. Hij ging de dubbele naam Timmerman Thijssen dragen. Misschien was het de bedoeling de naam Thijssen voor uitsterven te behoeden. Het feit dat Sophia Elisabeth erg rijk was dankzij de nalatenschap van haar vader Johannes Thijssen kan ook een rol hebben gespeeld.
In maart 1802 trouwde Timmerman Thijssen, die toen nog maar 19 jaar was, met Hendrina Elisabeth Meijer. Door dat huwelijk kreeg hij de status van een meerderjarige en kon hij zelf zaken doen. In een akte uit dezelfde maand werd hij aangeduid als ‘koopman in wijnen’.

 

Hoe jong hij ook was, Timmerman Thijssen kocht in 1802 en 1803 vier naast elkaar staande woonhuizen aan de Hogewoerd.
Het grootste van de vier was het latere Hogewoerd 57. Het was begin november 1798 gekocht door Willem Costerus, baljuw en dijkgraaf van Rijnland, die echter eind december van dat jaar plotseling overleed. Zijn weduwe Maria Emmerentia ter Borch bleef er aanvankelijk wonen met haar twee kinderen. Zij kocht in april 1799 ook het buurhuis, het huidige Hogewoerd 59. In februari 1802 verkocht zij beide panden aan de eerder genoemde Sophia Elisabeth Hubert-Thijssen. Die trad waarschijnlijk alleen op als tijdelijk vertegenwoordiger van haar neef Jan Samuel Timmerman Thijssen, die toen nog niet getrouwd was en daarom de panden niet zelfstandig kon kopen.
Timmerman Thijssen zelf kocht in mei 1802 het huidige Hogewoerd 61 en in oktober 1802 het huidige Hogewoerd 61A. In mei 1803 werd hij ook formeel eigenaar van de twee panden die zijn tante in 1802 had gekocht.
Hij woonde zelf in het latere Hogewoerd 57. In de andere drie panden, die daarvoor ook woonhuizen waren geweest, vestigde hij zijn wijnkoperij. Hij heeft die panden toen waarschijnlijk ook onderling laten verbinden via deuren in de tussenmuren. Alleen de bovenverdiepingen van het meest linkse pand stonden niet in verbinding met de wijnkoperij: daarvan werd een afzonderlijke bovenwoning gemaakt.

 

Timmerman Thijssen bleef maar heel kort wijnkoper. In 1804 verkocht hij zijn panden aan de Hogewoerd aan een driemanschap: Jacob Gerlings, Jean Gijsberto de Mey van Streefkerk en Jan Hendrik Kraane. Timmerman Thijssen ging andere dingen doen. Hij werd later gouverneur van Malakka en overleed daar in 1823.

 

Naar de volgende pagina: Jan Hendrik Kraane en consorten.

Terug naar de pagina Hogewoerd 59-61 in het verleden.