Stichting Diogenes Leiden

Restaureren van monumenten in Leiden

De Lange Mare en de Marendorpse Achtergracht

Op de hoek van twee grachten

 

Het huidige Lange Mare 110 stond van oudsher op de hoek van twee grachten: de Mare (die eigenlijk geen gracht was, maar een rivier) en de Marendorpse Achtergracht. Hieronder staat een uitsnede uit een kaart van W.J. van Campen uit 1850. Lange Mare 110 wordt met een rood cirkeltje aangegeven.

 

 

Van Campen noemde wat nu de Lange Mare heet ‘De Oude Mare’ en de huidige Stille Mare ‘Korte Mare’. De Marendorpse Achtergracht liep van de Mare tot de Oude Vest. Er was één zijgracht: de Voldersgracht. Die liep niet helemaal door tot de Oude Vest.

 

 

Hierboven staat een detail uit de kaart. Het laat zien dat dit deel van de Achtergracht direct langs de huizen liep. Er was hier dus geen kade.

Over de Achtergracht lag bij de Mare een kleine brug die hier ‘Schuile Brug’ wordt genoemd. Die naam moet zijn ontleend aan de familie Schuijl die Lange Mare 110 van 1652 tot 1721 in bezit had. Bij de Janvossensteeg lag de ‘Kabeljaauw Brug’ over de Achtergracht.

 

De demping van de Marendorpse Achtergracht

 

Lange Mare 110 stond van oudsher met één zijmuur op de walkant van de Marendorpse Achtergracht. Het riool mondde zoals destijds gebruikelijk uit in de gracht. In 1860 besloot het gemeentebestuur die gracht tegelijk met de Voldersgracht te laten dempen. De demping vond plaats in 1861.

 

 

Op het kaartje hierboven wordt Lange Mare 110 aangegeven met het perceelnummer 1197. Het laat een oplossing zien waarbij steeds drie tot vijf panden op een diepe beerput worden aangesloten. Een voordeel daarvan zou kunnen zijn dat het bezinksel als meststof zou kunnen worden verkocht.

Omdat ingeschat werd dat dit te weinig zou opleveren, werd gekozen voor een andere aanpak: een hoofdriool waarop de meeste huizen rechtstreeks werden aangesloten. Zo’n riool mondde in die tijd overigens gewoon uit op de gracht. Aan alle eigenaren die ermee te maken zouden krijgen werd een reactie gevraagd. Een grote meerderheid was het eens met het plan.

 

 

In 1879 besloot de gemeenteraad met 10 tegen 9 stemmen om de naam van de gedempte Marendorpse Achtergracht te veranderen in Van der Werfstraat. Tegenstemmers vonden dat de vroegere burgemeester Van der Werf een betere straat verdiende.

 

 

De Van der Werfstraat, gezien in de richting van de Lange Mare en de Hartebrugkerk, aan het eind van de negentiende eeuw (Beeldbank HVOL).

 

Foto’s van de open Lange Mare

 

 

De Lange Mare op een ansichtkaart van kort na 1900. Rechts het huidige Lange Mare 110 (Beeldbank HVOL).

 

 

Een andere foto uit dezelfde tijd (Beeldbank HVOL).

 

 

Een foto uit rond 1950 met in het midden de Hartebrug in de Haarlemmerstraat en daarachter het oude V&D-gebouw en de toren van het Stadhuis. Rechts de zijmuur van de Hartebrugkerk (foto Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

 

De demping van de Lange Mare

 

Al in 1923 werd in de gemeenteraad uitgebreid gesproken over demping van de Lange Mare. In april 1923 noemden b. en w. in een preadvies de voordelen die de demping zou hebben voor het verkeer. Het zou ook kosten uitsparen voor het onderhoud van de bruggen over de Mare, en het paste in een dringend verzoek van de vakbonden om projecten uit de voeren in het kader van de werkverschaffing. De raad was het er aanvankelijk mee eens. De vereniging Oud Leiden, de Bond Heemschut en anderen kwamen daarna met grote bezwaren tegen de demping vanwege het verlies aan stadsschoon. In oktober 1923 legden b. en w. de raad een uitgewerkt voorstel voor om de Mare te dempen, maar dat voorstel werd in november met 17 tegen 14 stemmen verworpen omdat de meerderheid van de raad prioriteit wilde geven aan demping van het Levendaal.

 

Bijna dertig jaar later, in juni 1950, werd opnieuw aan de raad voorgesteld om de Lange Mare te dempen. Dat voorstel was niet afkomstig van het college, dat in meerderheid tegen was, maar van de raadsleden Woudstra en Van Dijk. Het voorstel werd met 22 tegen 14 stemmen aangenomen. Direct na de stemming zei burgemeester Van Kinschot tot ieders verrassing, ook van de wethouders, dat hij het besluit niet wilde uitvoeren maar aan gedeputeerde staten zou vragen het ter vernietiging voor te leggen aan de Kroon. Volgens hem was het besluit in strijd met het algemeen belang.

In 1951 kwam minister In ’t Veld van Wederopbouw en Volkshuisvesting naar de situatie kijken. In oktober 1951 kreeg de gemeente bericht dat de minister geen vrijheid had kunnen vinden om het besluit ter vernietiging voor te dragen. Weliswaar betwijfelde hij ernstig of demping een belangrijke verbetering voor het verkeer zou opleveren, maar hij vond dat de grootste terughoudendheid moest worden betracht bij aantasting van de gemeentelijke autonomie.

Direct na dat bericht kreeg Gemeentewerken opdracht om de plannen uit te werken. De demping werd in 1953 uitgevoerd.

 

 

Hierboven een bericht uit de Nieuwe Leidsche Courant van 30 januari 1953.

 

 

Naar de overzichtspagina Lange Mare 110 in het verleden.