Uit de geschiedenis van Hogewoerd 63

De panden Hogewoerd 59-63 die Diogenes in oktober 2014 heeft gekocht (zie de pagina over het project Hogewoerd 59-63), hebben een interessante geschiedenis.
Hieronder een greep uit wat er nu bekend is over de geschiedenis van Hogewoerd 63. Op een andere pagina staat het een en ander over de geschiedenis van Hogewoerd 59-61.

Hogewoerd 63 in de zestiende en zeventiende eeuw

Na de verwerving door Diogenes van het complex Hogewoerd 59-63 heeft Piet de Baar, vroeger werkzaam bij het Gemeentearchief Leiden (nu Erfgoed Leiden en Omstreken), een uitgebreid onderzoek gedaan naar de vroege geschiedenis van het huidige pand Hogewoerd 63.
De resultaten van dat onderzoek heeft hij neergelegd in een artikel "Een huis op de Hogewoerd, hoek Koenesteeg, in de zestiende en zeventiende eeuw".
Het artikel is te downloaden door hier of hiernaast te klikken.

De achttiende eeuw

Zoals vermeld wordt aan het slot van het artikel van Piet de Baar werd het latere Hogewoerd 63 bij een veiling in 1701 voor 185 gulden gekocht door een zekere Pieter van Wijngaerden. Pieter kocht in 1707 ook het aangrenzende pandje in de Koenesteeg, het latere Koenesteeg 1. Beide panden waren vervolgens gedurende meer dan een eeuw in één hand. Voor zover bekend verhuurden de achtereenvolgende eigenaren in de achttiende eeuw de twee panden en woonden ze er dus niet zelf.
Nadat Pieter van Wijngaerden was overleden trouwde zijn erfgename Grietje (Margrieta) van Wijngaerden in 1731 met Jan van Heijningen. In 1745 hertrouwde Grietje met Cornelis Diemont/Dumond.
Daarna volgden nog een paar tweede huwelijken waardoor de panden in andere handen overgingen: na het overlijden van Grietje hertrouwde Cornelis Diemont in 1750 met Geertruij Smit, en nadat Cornelis was overleden hertrouwde Geertruij in 1757 met Willem van Dam.
Willem van Dam verkocht de panden in 1760 aan Willem du Pon, en in 1787 verkocht Willem du Pon ze aan Cornelis de Gorder.

De Bataafse tijd

Over de bewoning van het hoekpand in de jaren 1796-1804 zijn we goed geïnformeerd. Na de Bataafse omwenteling kwam in opdracht van het nieuwe stadsbestuur van Leiden voor het eerst een behoorlijke bevolkingsadministratie tot stand. Er kwam in 1796 een nieuwe verdeling in 96 buurten. Daarbij kreeg de buurt die begrensd werd door de Sint Jorissteeg, de Hogewoerd, de Nieuwebrugsteeg en het Levendaal het nummer 30. In het 'Boek der Gebuurte 30' is informatie te vinden over de eigenaren en bewoners van de verschillende woningen (dank aan Arti Ponsen voor de tip!).

De eigenaar van het pand, Cornelis de Gorder, woonde zelf op het Noordeinde. Over de huurders is op basis van het buurtboek en enkele andere bronnen het volgende bekend:
  • In augustus 1796 kwamen Anthony Vroom en zijn vrouw Jannetje de Hamer in het huis wonen. Vroom overleed in november 1802. Zijn weduwe verhuisde in februari 1803, opmerkelijk genoeg naar het Noordeinde bij Cornelis de Gorder.
  • In mei 1803 kwamen er nieuwe bewoners: Jacobus van Biemen en Catharina van Hemert. Ze waren een paar weken eerder getrouwd. Voor hun huwelijk woonde Jacobus in de Scheepmakersteeg en Catharina elders op de Hogewoerd. Ze vertrokken in mei 1804 naar het Levendaal bij de Kraaierstraat.
  • In mei 1804 kwam Louis Brouwer er wonen met zijn twee al wat oudere ongehuwde dochters Jacoba en Maria Louisa. De vrouw van Brouwer was een jaar eerder overleden.

    De periode 1811 - 1842

      
    In 1832 werd in Nederland het kadaster ingevoerd. Hierboven staat links een stukje uit de kadastrale kaart van de Hogewoerd en omgeving uit 1832 en rechts een stukje van een recente kadastrale kaart. De straat bovenaan is de Hogewoerd; loodrecht daarop loopt de Koenesteeg.
    Op de recente kaart is het perceel waarop Hogewoerd 63 staat lichtgeel gekleurd. Het heeft het kadastrale nummer 420. Datzelfde nummer had het ook in 1832. Aan de omvang van dat perceel is dus al heel lang niets veranderd.
    Koenesteeg 1 (nummer 419) is later bij de wijnkoperij getrokken.
    Cornelis de Gorder verkocht de twee panden in 1811 aan de koopman Jan Marten van Beek. In tegenstelling tot de meeste eerdere eigenaren woonde hij wel zelf op de Hogewoerd. Toen Van Beek in 1816 overleed werd zijn weduwe Willemijntje Kouwer eigenaar.
    Willemijntje hertrouwde in 1817 met de bezemmaker Jacob Beauchez, maar werd later dat jaar opnieuw weduwe. In 1826 verkocht zij de panden voor 700 gulden aan de kleermaker Bernardus Lambo. In het koopcontract stond dat het huisje in de Koenesteeg "verheeld" was aan het hoekhuis. Gezien het vervolg betekende dat waarschijnlijk niet dat het er ook daadwerkelijk bij was getrokken.
    In 1840 verkocht Bernardus Lambo de twee panden voor 1000 gulden aan de horlogekastenmaker Arnoldus Hoolboom. Hoolboom verkocht in 1842 het hoekhuis voor 1000 gulden aan de mutsenmaakster Grietje la Bree (of Labree).
    Het latere Koenesteeg 1 was deze keer niet bij de koop inbegrepen. Over de volgende eigenaren van dat pand is meer te lezen aan het slot van de pagina over de geschiedenis van Hogewoerd 59-61.

    Van Ewijk en Piet Paaltjens

    In 1846 trouwde de inmiddels 45-jarige Grietje la Bree met de 53-jarige weduwnaar Hendrik Johannes Peter Franciscus van Ewijk. Van Ewijk ging bij Grietje op de Hogewoerd wonen.
    Meer over Van Ewijk en over de student die van 1852 tot 1858 bij het gezin op kamers woonde (François Haverschmidt alias Piet Paaltjens) is te lezen op een afzonderlijke pagina: De doodbidder Van Ewijk en Piet Paaltjens.

    Hiernaast een tekening van Hogewoerd 63 door de kunstenaar Hendrik Maarten Krabbé. De tekening is waarschijnlijk gemaakt in 1894, het jaar waarin Paaltjens/Haverschmidt overleed.

    Nieuwe eigenaren en gebruikers

    In januari 1868 overleed Grietje la Bree in het huis op de Hogewoerd. In juni van dat jaar verkocht Van Ewijk, die inmiddels op het Rapenburg woonde, het huis voor 1800 gulden aan Frans Hendrik Keij, boekhouder bij de Stedelijke Gasfabriek.
    Keij ging zelf op de Hogewoerd wonen. Hij trouwde in 1871 en kreeg in de jaren 1872-1877 vijf kinderen. Waarschijnlijk omdat het huis wat klein werd en hij zich een groter huis kon veroorloven, verkocht hij het huis, dat nu werd aangeduid als Hogewoerd 63, in 1879 voor 2600 gulden aan de godsdienstonderwijzer Johann Henrich Raabe.

    Raabe verkocht het huis al in 1881 voor 3100 gulden aan de meubelmaker Marcus Loeber. Loeber vestigde daar zijn bedrijf, maar hij overleed al in 1882 , nog maar 37 jaar oud. Later dat jaar liet zijn weduwe Alida Kromwijk het pand, dat werd aangeduid als 'winkelhuis en erf', in het openbaar verkopen.
    De koper was Nicolaas Laman, een voormalige warmoezier die er 3600 gulden voor betaalde. Laman bezat al een groot aantal panden in Leiden en kocht ook dit pand om het te verhuren.
    In de loop van de jaren waren er diverse winkels gevestig in Hogewoerd 63, waaronder een 'komenijswinkel' (een winkel in kruidenierswaren, vleeswaren en andere levensmiddelen) van H.W. ter Hart (1883-1890) en een winkel in horloges en klokken van H.G. Verhulst (1896-1901).
    Nadat Laman en zijn vrouw in 1905 en 1902 waren overleden vond er in september 1906 opnieuw een openbare verkoping plaats. Deze keer werd een zekere Jacob Dool de eigenaar. Hij betaalde 3400 gulden. Ook in de tijd van Dool waren er diverse huurders, waaronder de kapper F. Bonte, de coupeur-tailleur Jac. de Neef en de handelaar in fruit en delicatessen N.J. Schild.

    Eigendom van de familie Maat

    In maart 1917 liet Dool Hogewoerd 63 veilen. Deze keer was Cornelis C.M. (Kees) Maat, de zoon en opvolger van de eigenaar van de ernaast gelegen wijnkoperij, de hoogste bieder met 3600 gulden. Het is niet duidelijk of hij plannen had om Hogewoerd 63 in de toekomst bij het bedrijf te trekken, maar het is steeds een afzonderlijk pand gebleven dat door de familie Maat aan anderen werd verhuurd. Van 1917 tot 1922 was er een kaas- en vleeswarenwinkel gevestigd en daarna tot 1935 een groente- en fruithandel van J. Huisman.



    Vanaf 1938 werd Hogewoerd 63 verhuurd aan P.J. (Piet) van Vliet. Hij was groothandelaar in tabaksproducten en bleef zelf op de Melchior Treublaan wonen. In de oorlog begon hij ook andere bedrijven: een afhaalcentrale, die gericht was op het tegen betaling ophalen van distributiebonnen voor mensen die daarvoor zelf niet in de gelegenheid waren, en een bedrijf 'Steeds Bereid' voor allerlei andere werkzaamheden waaronder het doen van boodschappen, het passen op kinderen en verrichten van kantoorwerkzaamheden. Later kwamen daar ook nog het aannemen van sloopwerkzaamheden en de in- en verkoop van tweedehandsgoederen bij.
    Na de oorlog kreeg Van Vliet problemen met de gemeente over een reclame die hij zonder vergunning op de zijmuur van Hogewoerd 63 aan de Koenesteeg had laten schilderen. Een vergunning die hij achteraf alsnog aanvroeg werd geweigerd en hij moest de reclame weghalen.
    In 1948 ging Van Vliet failliet. In 1950 emigreerde hij naar Australië.

    Van 1952 tot 1971 werd de benedenverdieping van Hogewoerd 63 gebruikt als kapsalon, en daarna kwam er een tegelwinkel.

    In 1980 werd de winkelruimte verhuurd aan Greet Vos-van 't Oever, die er een winkel in lederwaren en daarmee samenhangende artikelen vestigde. Greet was de vrouw van Piet Vos, die jarenlang een schoenmakerij (De Cowboy) op Hogewoerd 67 had. Piet en Greet Vos overleden in 2010 en 2012. Hun dochter Colinda Vos zette in 2013 de winkel op nummer 63 voort onder de naam JIJ Lederwaren & Sieraden.

    Het pand is eigendom van de familie Maat gebleven tot de aankoop door Diogenes in 2014.
    JIJ Lederwaren & Sieraden is per 1 oktober 2016 verhuisd naar Bergambacht. De bovenverdiepingen zijn tot eind april 2017 in gebruik gebleven als woonruimte.

  • Terug naar de voorpagina