Diogenes door de jaren heen
De Stichting Diogenes Leiden werd opgericht op 16 februari 1973. In het Leidsch Dagblad van 26 februari werd daar melding van gemaakt:
“Er moet meer bewoning komen in de Leidse binnenstad: het hart van de stad wordt nu voornamelijk gevormd door winkels, opslagplaatsen, kantoren en kleine bedrijven waar tussendoor zo hier en daar een kapitaal pand is vertimmerd tot studentenhuis. Vooral na winkelsluiting moet men vaststellen, dat het hart van Leiden sterk aan het verkalken is, en dat wekt het verval in de hand van een stad, die mede door haar hoge ouderdom zo levendig en aantrekkelijk zou kunnen zijn.”
Het doel van de oprichters van de stichting was, aldus de krant, “vervallen en/of verlaten panden die uit cultureel of historisch oogpunt gezien van waarde zijn of die door hun onderlinge samenhang in een bepaald stadsgezicht onmisbaar zijn, bewoonbaar te maken.”
Er verschenen vergelijkbare artikelen in de twee andere dagbladen die Leiden toen nog rijk was: in de Leidse Courant ook op 26 februari en in de Nieuwe Leidse Courant op 27 februari 1973.
De restauraties
In het begin roeide Diogenes nog tegen de stroom op. Er was weinig begrip voor de waarde van oude panden. Bij de eerste panden die Diogenes restaureerde, Lokhorststraat 18, 20 en 22, had de gemeente zich enkele jaren eerder zelfs verzet tegen de plaatsing op de monumentenlijst. Over de ontwikkelingen in die tijd heeft Laurens Beijen een artikel geschreven in het Leids Jaarboekje 2019 van de Historische Vereniging Oud Leiden: Een open brief uit 1967, voorbode van een nieuw binnenstadsbeleid. De panden aan de Lokhorststraat waren verkrotte pakhuizen waarmee volgens de gemeente niets meer te beginnen was. Toch lukte het Diogenes om ze fraai te restaureren.
Vanaf 1974, toen er een ander gemeentebestuur kwam, werd de samenwerking met de gemeente beter. Dat bleek bijvoorbeeld bij Hogewoerd 30 en 32. De gemeente had die huizen aanvankelijk, net als een aantal naburige panden, willen slopen voor de aanleg van wat toen de cityring of de noord-zuidverbinding werd genoemd. Later bleek het ook kleinschaliger te kunnen, maar door de sloop van het buurpand kwam de zijgevel van Hogewoerd 30 wel bloot te liggen. Diogenes zorgde voor een goede nieuwe zijgevel, en maakte aan de Hogewoerd en de Watersteeg in totaal negen wooneenheden.
In de jaren 1977 tot 1992 volgden daarna de restauraties van Langebrug 44, het Mierennesthofje, de Latijnse School, Aalmarkt 5 en 6, Nieuwstraat 49 en 51, Oude Rijn 100 en 102 en Nieuwe Rijn 74. Alle panden bleven eigendom van de stichting, met uitzondering van Langebrug 44, dat een aantal jaren later in erfpacht werd uitgegeven aan de bewoners.
Geleidelijk aan werd het voor Diogenes steeds moeilijker om te restaureren. De subsidieregelingen voor restaurerende instellingen werden minder aantrekkelijk en de mogelijkheden voor particulieren werden gunstiger. Daarbij kwam dat dankzij het succes van de stadsvernieuwing er steeds minder verkrotte panden waren die een grondige restauratie nodig hadden.
Als vooralsnog laatste restauratie volgde in 1994 en 1995 die van Rapenburg 53. Een rendabele verhuur van dat pand bleek niet mogelijk te zijn, zodat na de restauratie besloten werd om het te verkopen aan een geïnteresseerde particulier.
De Vereniging van Vrienden
In 1974 werd de Vereniging van Vrienden van Diogenes opgericht. Het doel van de vereniging was om via propaganda, fondsenwerving en de uitgave van een bulletin bij te dragen aan het werk van Diogenes.
De stichting en de vereniging werkten goed samen. Er was bijvoorbeeld steeds ten minste één bestuurslid van de stichting tevens bestuurslid van de vereniging. De vereniging gaf in samenwerking met de stichting halfjaarlijkse bulletins uit. Die bulletins zorgden ervoor dat belangstellenden op de hoogte konden blijven van het werk van Diogenes. Verder organiseerde de vereniging excursies naar restauratieprojecten van Diogenes en anderen. De vereniging leverde regelmatig financiële bijdragen aan de stichting. Soms waren het algemene bijdragen voor de stichtingskas, soms waren ze bestemd voor een specifiek doel, zoals een gevelsteen of een ander bijzonder element voor een gerestaureerd pand.
In 1998 stelde de voorzitter voor om de vereniging op te heffen. Ter toelichting schreef hij dat de situatie in de 25 jaar dat Diogenes bestond sterk veranderd was. Veel mensen waren de waarde gaan beseffen van het wonen in historische panden en er waren voor particulieren betere mogelijkheden gekomen om zelf een monument te restaureren. Hij voegde daaraan toe dat Diogenes in de overspannen marktomstandigheden van dat moment geen mogelijkheid zag om nog monumenten te verwerven. De leden gingen akkoord met de opheffing van de vereniging. Het batig saldo werd gebruikt voor de aanleg van een stoep bij een van de Diogenes-panden.

De Vereniging van Vrienden is niet alleen belangrijk geweest voor Diogenes vanwege de financiële en morele steun. In de periode 1975 tot en met 1996 heeft de vereniging 42 bulletins uitgegeven over het wel en wee van Diogenes. In 1993 gaf de vereniging ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan van de stichting een boekje uit waarin de hoofdlijnen van de tot dan toe verschenen bulletins werden gebundeld. De bulletins en het boekje geven nu nog steeds een goed beeld van de successen en de problemen van Diogenes in de periode tot 1996.
Consolidatie en nieuw elan
Vanaf de tweede helft van de jaren negentig kocht en restaureerde Diogenes vanwege de veranderde marktomstandigheden geen nieuwe panden meer. De stichting kwam in een fase waarin de nadruk lag op het zo goed mogelijk beheren en in goede staat houden van het waardevolle bezit.
Zorgen waren er een tijdlang rond de exploitatie van de Latijnse School. In 2010 werd het ICT-bedrijf IntelliMagic, dat later onderdeel werd van IBM, tot wederzijdse tevredenheid huurder van het grote historische pand.
De financiële positie van de stichting was inmiddels bevredigend en de panden verkeerden in een goede staat van onderhoud.
Begin 2011 werd het bestuur van de stichting aangevuld met een aantal nieuwe leden die de ambitie hadden om nieuwe projecten aan te pakken.
De projecten Hogewoerd 59-61 en Hogewoerd 63
In het najaar van 2014 kon Diogenes de voormalige wijnkoperij Hogewoerd 59-61 en het daarnaast gelegen ‘Piet Paaltjenshuis’ Hogewoerd 63 kopen van de erfgenamen van de eigenares. De panden waren op dat moment in zeer slechte staat.
Hogewoerd 59-61 werd in 2016-2017 gerestaureerd, waarbij drie prachtige woningen zijn ontstaan. De daarop volgende restauratie van het kleinere Hogewoerd 63 in 2019-2020 leverde een vierde woning op. In beide gevallen werden bijzondere historische vondsten gedaan die goed gedocumenteerd zijn.
Het project Hogewoerd 132
In 2022 kocht Diogenes opnieuw een pand: Hogewoerd 132. Ook dat is een rijksmonument, en ook dit pand was dringend aan verbetering toe, al was het constructief in een iets betere staat dan de panden die in 2014 werden gekocht.
Hogewoerd 132 is in 2024 en begin 2025 gerestaureerd. Daarbij zijn twee mooie appartementen gevormd: Hogewoerd 132 en Rijnstraat 9B.
Verduurzaming van de panden
Sinds een aantal jaren is Diogenes actief bezig met het energiezuinig en toekomstbestendig maken van de panden.
Het grootste project in dat kader is de verduurzaming van de Latijnse School. Er is in april 2025 mee begonnen en het was aan het eind van dat jaar vrijwel afgerond.
Lange Mare 110
Het bestuur van Diogenes blijft zoeken naar mogelijkheden om met nieuwe projecten invulling te geven aan de doelstellingen van de oprichters.
In december 2025 werd opnieuw een pand verworven dat dringend moet worden gerestaureerd: Lange Mare 110. Met de restauratie zal in 2026 worden begonnen.
Diogenes wil graag overleggen over het nalaten van een monumentaal of een ander bijzonder pand aan Diogenes, of over het geven van een goede bestemming aan zo’n pand. Op de pagina Schenken of nalaten aan Diogenes staat meer hierover.





